Na uw vijftigste ligt de AOW-leeftijd niet meer in een mistige verte. Hoewel grote financiële koerswijzigingen lastiger worden om te corrigeren, is er voor het kleinere finetunen alle plaats. Het pensioen strategisch optimaliseren en eventueel wat zaken bijsturen is hier hoofdzaak. Ook is er iets waardevols bijgekomen: het overzicht.
Wat het wél verandert is uw mentale positie.
Namelijk het verschil tussen “Kan dit wel?” en “Dit kan, want het is geregeld.”
U weet wat u belangrijk vindt en wat uw sterke en zwakke kanten zijn. Daarnaast weet u wat de vaste lasten zijn. Deze dingen maken beslissingen minder impulsief en juist gerichter.
Het gaat hier niet om de basis van uw pensioen. In dit artikel hebben we het over de toplaag. De laag waarin comfort, bewegingsvrijheid en keuzes een grote rol spelen:
Wie na zijn vijftigste bijstuurt, koopt keuzeruimte.
Harder gaan sparen, veel opzij zetten en dergelijke is niet altijd een logische keuze. Bepaalde voorwaarden gaan vooraf om het proces leuk te houden.
Als de basis helder is, is de AOW inzichtelijk. Het werkpensioen is bekend en er zijn verder geen vraagtekens. Controleren of u een goed overzicht hebt? Dat kan via mijnpensioenoverzicht.nl. Dit totaalplaatje is enorm handig vóór het extra inleggen.
De vraag is en blijft natuurlijk in hoeverre geld gemist kan worden – nee, inderdaad, geld kan nooit gemist worden… Maar de fanatiekeling denkt misschien: als ik nu even flink sober leef, kan ik het geld dat overblijft mooi opzij zetten. Maar, laat extra sparen geen extra druk leggen op het leven nu. Kramp of zelfbeperking heeft ten slotte geen goed effect op uw gezondheid. Als sparen voelt als een straf, ondergraaft dat uiteindelijk motivatie én levenskwaliteit – en dat willen we natuurlijk niet.
Sparen werkt het meest effectief als doelen concreet gesteld worden. “Ik bewaar wat voor later” is abstract. Later is immers elk moment in de toekomst en geeft vaak genoeg keuzestress vanwege de onduidelijkheid. “Geld apart om zes weken per jaar te reizen” maakt het een stuk makkelijker, want het duwt uw gedachten gelijk naar reis- en verblijfkosten van Schiphol Airport naar een of andere Flughafen, aéroport of lentokenttä in Finland.
Concrete doelen stellen voorkomt wat economen erosie noemen: het langzaam weglekken zonder duidelijk resultaat. Erosie betekent simpelweg dat iets beetje bij beetje verdwijnt.
Tja, we kunnen er niet omheen. Want soms is sparen helemaal geen optie. Eerlijk is eerlijk. Als u structureel moet puzzelen om rond te komen ligt de lat al hoog genoeg. Ook zal extra inleg geen decennia compenseren waarin sparen niet kon. Ook is sparen vanuit regie een belangrijke factor. Inleggen met angst uit motivatie zal u geen rust bieden. Dan wordt extra sparen een psychologisch pleistertje – en die werkt alleen voor de oppervlakte.
Eén begrip is hier relevant: tijdshorizon. Dat betekent het aantal jaren dat uw vermogen nog voor u kan werken; het kan nog renderen.
Die horizon wordt wel korter, dus dat vraagt om:
Er leeft een hardnekkig idee dat na vijftig “alles al vastligt”. Dat is te simpel, gelukkig.
Later beginnen heeft het voordeel van precisie.
Meestal. Maar zelfs het meestal maakt beslissingen efficiënter. Minder experiment ten opzichte van meer gerichtheid.
Een bescheiden extra reserve verandert zelden uw levensstandaard drastisch. Wat het wél verandert is uw mentale positie.
Namelijk het verschil tussen “Kan dit wel?” en “Dit kan, want het is geregeld.”
Dat verschil rust die waardevoller wordt naarmate voorspelbaarheid belangrijker wordt.
Extra opbouwen na uw vijftigste is geen plicht en laat het ook geen paniekreactie zijn. Het is een strategische bijstelling die zinvol is als de basis klopt, het doel helder is en het huidige leven niet wordt uitgehold.
Voor wie verder wil rekenen of scenario’s wil doorzien, hier nog even de website van de SVB, voor praktische informatie over AOW-leeftijden en bedragen.