Opgegroeid zijnde in winters waarin het geen twijfel was of er geschaatst kón worden, kent u wellicht de koorts van het natuurijs van dichtbij. Grote kans dat u zelf graag op het ijs stond. Misschien heeft u nog mee gedaan aan de Elfstedentocht? Of keek u graag naar de helden op de 400-meterbaan om te zien wie er zou winnen? Schaatsen op natuurijs is helaas maar al te vaak een gelukje. Een goed alternatief voor onze zachte winters zijn de vele prachtige schaatsbanen waar de liefhebber eindeloos rondjes kan schaatsen – tot de machine er weer over moet om het ijs weer gladder te krijgen. In Nederland hebben we aardig wat keus. Ook in het buitenland vinden we leuke opties. Maar van al die schaatsbanen die er zijn – welke is nou de leukste?
Het antwoord op die vraag is net zo complex als een goed bewaarde 10 kilometer van Ard Schenk of een onverwachte sprintzege van Jos Valentijn in de jaren zeventig. Het is een mix van nostalgie, snelheid en pure, onvervalste sfeer. Laten we samen die herinneringen opzoeken, met een scherp oog voor wat de moderne schaatsbaan zo bijzonder maakt.
Als u de vraag stelt ‘Wat is de leukste schaatsbaan van Nederland?’, dan weet u net zo goed als ik dat het antwoord in twee delen komt: de echtheid van het natuurijs en de opperste perfectie van de kunstijsbaan.
U herinnert zich nog goed die winters – of het gebrek eraan – die collectief op de televisie en de radio te volgen waren. De jaren ’70 en ’80 waren de hoogtijdagen van het wachten op de vlag in Dokkum. De Friese doorloper was de norm, de Hema schaatsschuif lag klaar om de rondetijden van Ard, Keessie, Atje en Stien te volgen, en de wereld stopte als er een Elfstedentocht leek te komen.
Maar de betere winters werden steeds zeldzamer en zo kwam de focus op de kunstijsbanen te liggen. En hier is de onbetwistbare koning:
Waarom het de beste is? Voor de 50+ generatie is Thialf meer dan een ijsbaan. Toen het dak erop ging in 1986, werd het de snelste laaglandbaan ter wereld. U heeft daar waarschijnlijk nog de prestaties van Rintje Ritsma, Yvonne van Gennip en later Irene Wüst in de geest. De uitstraling van het gladde ijs, het enthousiasme van het publiek dat in het Fries “Hup Holland Hup” scandeert – dat is een schaatservaring die u nergens anders vindt. Als u puur kijkt naar de emotie, de historie en de nationale trots, dan is Thialf de onbetwiste nummer één.
Wanneer u het heeft over de leukste baan in de zin van sfeer en een dagje uit, dan verruilen we de topsport voor gezelligheid:
Als we over de grenzen kijken, zien we dat de schaatswereld, net als de rest van de sport, professionaliseerde in de afgelopen 60 decennia. De focus verschoof van het eerbiedige natuurijs naar de hypermoderne hooglandbanen.
In de jaren ’80 zagen we de opkomst van de hooglandbanen. Het geheim: hoe hoger de baan, hoe dunner de lucht, hoe lager de luchtweerstand, hoe sneller de tijden. U herinnert zich misschien nog de sensatie toen de eerste wereldrecords vielen op deze banen:
Maar snelheid is niet altijd leuk. De leukste banen ter wereld hebben vaak de meest adembenemende achtergrond, de ware beleving die u in uw reisagenda zou zetten:

Puur naar de beleving gekeken, die aansluit bij aan het oneindige gevoel van schaatsen op natuurijs, dan komt de Rideau Canal Skateway in Ottawa het dichtst bij die magie op wereldschaal. Nationaal wint Thialf vanwege de diepe, onuitwisbare link met onze nationale schaatshistorie – en voor u waarschijnlijk ongetwijfeld vanwege jeugdherinneringen.
Welke schaatsbaan precies de leukste is, hangt natuurlijk af van de bril waar u door kijkt.