Erbij horen is een van de meest onderschatte psychologische behoeften. Het voelt eenvoudig: u bent onderdeel van iets en u herkent uzelf in anderen, vica versa. Het scheelt dat u niet steeds alles opnieuw hoeft uit te vinden. Dat geeft natuurlijk een heleboel rust. Heel fundamenteel. Mogelijk kent u geen andere optie dan dat u ertussen hoort. Mogelijk herkent u juist de stelling waarmee ik in dit artikel begon en erkent u dat ertussen horen inderdaad cruciaal is.
Een groep fungeert als sociale infrastructuur. Zodra u daarbinnen zit, weet hoe de dingen “hier” werken. Komt u in een nieuwe groep, dan is dat precies hetgene waar u snel van op de hoogte wilt zijn. Niet?
Dat moment dat u minder hoeft te twijfelen over gedrag, taal en verwachtingen maakt dat u energie vrij kunt maken voor andere zaken. In die zin is een groep een vorm van cognitieve ontlasting: minder nadenken over het sociale spel betekent meer ruimte voor inhoud.
Maar datzelfde mechanisme heeft een tweede laag. Groepen ontwikkelen normen, dat was niet heel moeilijk. We doen dat zodra er twee mensen samen zijn. Soms uitgesproken, vaak ‘ongeschreven’. En die normen sturen gedrag zonder dat iemand ze expliciet oplegt. Als het uitgesproken zou worden, heet het: “zo doen wij dat hier.” Een afwijking daarin levert soms wat fronsende voorhoofden, opmerkelijke stiltes en andersoortige reacties op. Het kan ook zijn dat het eindigt met een onzichtbare druk om niet af te wijken.
En de meeste mensen? Die merken dat pas wanneer ze een grens aanraken, door een afwijkende mening, een ander tempo of een andere interpretatie. Dan wordt zichtbaar dat “erbij horen” niet alleen een gevoel is, maar ook een soort onzichtbaar contract met kleine lettertjes. Is het altijd verkeerd? Dat laten we nu in het midden.
Interessant is, dat degene die tegen deze grenzen aanloopt, bewust of onbewust dingen anders is gaan doen of zeggen. Is iemand comfortabel in die groep? Dan zal hij of zij er niets van begrijpen, er niet om geven of reageren in afwijzing op het ‘andere’ gedrag.
Nog even terug naar dat contract. Die kleine lettertjes van verwachtingspatronen zijn niet per definitie negatief, want het maakt samenwerking mogelijk, creëert vertrouwen en vermindert sociale onzekerheid. Híer ontstaat ruimte voor focus op de inhoud, of gewoon rust voor het brein, bijvoorbeeld bij mensen die hier veel baat bij hebben, zoals in het spectrum. Tegelijk het vraagt wel iets terug: een zekere afstemming. Deze afstemming betekent altijd een beetje inleveren op volledige individuele vrijheid. Waarom? Simpelweg omdat we in individuele vrijheid buiten die lijntjes gaan. De cirkel is rond.
Interessant is dat mensen dat meestal accepteren zolang het voelt als keuze. Zodra het als verplichting voelt, verandert de hele beleving. Dan verschuift een groep van “plek van herkenning” naar “plek van druk”. En deze belevingservaring kan in korte tijd fors groeien, met onderling gemoster, afwezigheid en vertrek als gevolg.
Daar ontstaat de spanning die u vaak ziet in sociale systemen: mensen willen verbondenheid, maar geen opsluiting. Ze willen richting, maar natuurlijk geen dwang. En dat is een smalle balans die continu verschuift afhankelijk van context en ervaring.
Als groepen zo sterk zijn in het bieden van houvast, wat gebeurt er dan met mensen die zich niet stevig in zo’n structuur bevinden? En wat betekent dat voor vrijheid die helemaal geen tegengewicht heeft?