Het westnijlvirus is terug in Nederland en in de media verschijnen al verschillende berichten. Ik weet niet of herkenbaar voor u is, maar sinds corona lijkt er toch altijd een extra lading op nieuwe of herleefde virussen te liggen. Hoewel hier verschillende meningen over rondgaan, heeft het toch de wereld geraakt. Linksom of rechtsom. Maar voordat een mens ziek wordt, speelt het echte verhaal zich af tussen vogels, paarden en muggen. En in dit artikel zoomen wij hierop in.
Het westnijlvirus is in de eerste plaats onder vogels te vinden. We noemen het echter westnijlvirus omdat het gevonden was in het bloed van een vrouw in Oeganda, in het West-Nijl-district. Het virus werd daar in 1937 voor het eerst ontdekt en geïsoleerd.
‘Onze’ gewone huissteekmug is een belangrijke schakel. Het mugje steekt niet alleen vogels, maar ook bijvoorbeeld paarden. En voor iedereen die het geluid van zoemen al kan horen bij het denken aan een mug; ja, hij steekt vervolgens de mens. Zowel mens als paard worden mogelijk ziek. Maar alleen de mug verspreid het virus verder. Een overzichtje in procenten, volgens het RIVM:
Met name het laatste punt maakt dat ook dit ons raakt en het wel een serieuze reden geeft dit virus te onderzoeken. Ondanks dat is Nederland daarmee niet ineens een land vol westnijlvirus geworden – zeker niet. Het thema begint bij de dieren. In 2025 is het westnijlvirussen gevonden in een aantal dieren. Kauwen, muggen en een paard. Dat wil zeggen dat de natuur eerder kan vertellen wat er aan de hand is dan het spreekuur van de huisarts.
In oktober 2025 werd in Zuid-Holland het westnijlvirus gevonden in een gewone steekmug, een heuze Culex pipiens/torrentium. Ja, een vervelend beest met een moeilijke naam. De mug was ongeveer een maand eerder gevangen, rond 5 september, tijdens onderzoek naar virussen bij Nederlandse muggen. Later werd officieel vastgesteld dat een paard in Zuid-Holland besmet was. Dat was de eerste officieel bevestigde besmetting bij een paard in Nederland. De NVWA benadrukte daarbij dat een besmet paard het virus niet aan mensen of andere dieren kan doorgeven. Daarvoor is opnieuw een besmette mug nodig.
Dat maakt zo’n paard biologisch gezien een beetje een ongelukkige figurant. Het dier kan ziek worden, maar vormt geen nieuwe schakel in de epidemie. Zoals eerder genoemd is de mug een koerier en een vogel is de plek waar het virus zich kan vermeerderen. Mens en paard stappen per ongeluk even het verhaal binnen.
Als mensen zijn we geneigd naar onze klachten te kijken. En… naar die mug op de muur die we heel de nacht hebben geprobeerd te negeren, ontwijken of vangen. Maar wie alleen naar zieke mensen kijkt, kan de eerste aanwijzingen missen.
We hadden al gezegd dat tachtig procent van de besmette mensen niets merkt. Een huisarts krijgt dan geen patiënt binnen met de mededeling: volgens mij heb ik westnijlvirus, dat voelt zo. Er is hoofdpijn, misschien koorts en misschien helemaal niets.
Ondertussen kan het virus al langer rondgaan.
Daarom zijn vogels en muggen zo boeiend. Een dode kauw of een positieve muggenval kan informatie geven over een viruscirculatie die onder mensen vrijwel onzichtbaar blijft.
Een muggenval maakt geen herrie en een besmette kauw haalt de krant niet. Een paard met neurologische verschijnselen komt niet vanzelf in een dashboard van de volksgezondheid terecht. Al zou het helpen bij het vooruit te kijken naar nieuwe besmettingen onder ons mensen, aangezien mensen toch kunnen overlijden aan dit virus. De 80% van de mensen die niets merken van zijn besmetting weet al helemaal niet dat hij onderdeel is geweest van een viruscirculatie.
Het westnijlvirus begint daarom niet bij de mens.
Het begint ergens buiten beeld. In een vogel of in een mug. Misschien in een paard dat ineens anders loopt.
En ondertussen blijven we fanatiek muggen bestrijden; het is beter dan muggenziften.