Iemand bezoekt de huisarts vanwege vermoeidheid. Een ander meldt zich bij een wijkteam omdat de administratie niet meer lukt. Weer iemand anders zoekt hulp vanwege slaapproblemen, somberheid of gebrek aan energie.
Op het eerste gezicht lijken dat verschillende problemen. Toch wijzen onderzoekers er steeds vaker op dat achter zulke klachten soms een ander element huist. En dat element is eenzaamheid.
Dat betekent niet dat eenzaamheid altijd de oorzaak is. Maar wel dat het een onderliggende rol kan spelen die lang onopgemerkt blijft.
Het idee achter Social Prescribing is dat bepaalde klachten niet uitsluitend medisch zijn,
maar mede samenhangen met sociale factoren zoals isolement en gebrek aan verbondenheid.
Eenzaamheid wordt vaak gezien als een sociaal probleem. We denken vaak dat een paar extra contacten of activiteiten voldoende zijn. Lieve en welwillende mensen gaan meer dan eens moedig de kerstperiode in met het schrijven van kaartjes. Andere keren worden vrijwilligers voor een dagje ingezet om even op bezoek te gaan. Voor het moment een mooi idee. Maar toch blijkt de werkelijkheid ingewikkelder te zijn. Hoe? Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat langdurige eenzaamheid samenhangt met veranderingen in gedrag, gezondheid en het vermogen om informatie te verwerken en na te denken over zaken.
Logisch ook – want het zijn geen mensen die dagelijks samen aan de keukentafel kunnen zitten om een gedachtegang kort uit te wisselen. Die gedachtegang moeten ze zelf doen. Bij elk thema groot en klein. Elke dag. Dat is niet leuk. Ze stuiten niet altijd op begrip van de medemens, of willen uit fatsoen misschien niet steeds dezelfde persoon lastig vallen (die heeft immers ook een leven). Bijvoorbeeld. Want er zijn ongetwijfeld meer redenen aan te voeren, maar mensen die eenzaam zijn trekken zich vaker terug, ervaren vervolgens méér stress en hebben soms moeite om weer nieuwe sociale contacten aan te gaan.
Waardoor word er meer stress ervaren? Het zou zomaar kunnen doordat ze veel dingen hebben die ze alleen moeten regelen. Dat lukt een tijdje. Daarna wordt het zwaarder. En minder leuk. Want het delen van ervaringen met iemand anders maakt alles een beetje lichter – tenminste – als die klik er is met die ander. Mist die klik? Iemand ontmoeten met een mogelijk nieuwe klik vraagt inspanning. Dat is niet erg, maar als dat steeds niet lukt, moet iemand zichzelf blijven motiveren. Ook dat wordt steeds pittiger. De leefwereld wordt steeds meer ‘eigen’ aan de persoon die eenzaam is. Daardoor wordt het moeilijker om gesprekken aan te gaan. Mensen vinden minder snel ‘elkaars niveau’ en missen steeds vaker de klik. Tot gesprekken steeds sneller uitblijven.
De Nederlandse eenzaamheidsdeskundige Jeannette Rijks verwoordde dat onlangs als volgt:
“Eenzaamheid is vaak de onderliggende oorzaak van wat mensen bij professionals presenteren.
Bij welke professional ook! Leer het herkennen, ook als het niet wordt benoemd.”
Die gedachte sluit aan bij ontwikkelingen in verschillende landen. Vooral in het Verenigd Koninkrijk wordt al jaren onderzocht hoe sociale omstandigheden invloed hebben op gezondheid. Daar ontstond zelfs het concept van social prescribing: huisartsen verwijzen mensen niet alleen door naar medische zorg, maar soms ook naar wandelgroepen, vrijwilligerswerk, buurtinitiatieven of creatieve activiteiten. Het idee daarachter is dat bepaalde klachten niet uitsluitend medisch zijn, maar mede samenhangen met sociale factoren zoals isolement en gebrek aan verbondenheid.
In de praktijk blijkt dat eenzaamheid zich zelden meldt met een bordje om de nek.
De oorspronkelijke klacht is echt. Maar de sociale context blijkt minstens zo belangrijk.
Onderzoekers zien steeds meer aanwijzingen dat langdurige eenzaamheid verder reikt dan een vervelend gevoel. Een groot Europees onderzoek onder ruim 10.000 ouderen liet bijvoorbeeld zien dat mensen die zich langdurig eenzaam voelen gemiddeld slechter presteren op geheugentests dan leeftijdsgenoten die zich minder eenzaam voelen.
Ook biologisch onderzoek levert opvallende inzichten op. Britse onderzoekers vonden verbanden tussen eenzaamheid, ontstekingsprocessen en eiwitten die samenhangen met hart- en vaatziekten, diabetes en beroertes. Daarmee wordt eenzaamheid steeds vaker gezien als een factor die invloed kan hebben op zowel mentale als lichamelijke gezondheid.
Het verband is complex en verschilt van mens tot mens.
Tegelijkertijd waarschuwen wetenschappers voor te eenvoudige conclusies. Niet iedere vermoeide persoon is eenzaam. En ook niet iedere eenzame persoon ontwikkelt gezondheidsklachten. Het verband is complex en verschilt van mens tot mens.
Juist daarom groeit internationaal de aandacht voor vroegtijdige herkenning. Niet alleen bij psychologen of maatschappelijk werkers, maar ook bij huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten en andere professionals die dagelijks mensen spreken.
Misschien ligt daar wel de grootste les van de afgelopen jaren. Eenzaamheid laat zich niet altijd zien als alleen zijn. Soms verschijnt het vermomd als vermoeidheid, stress, piekeren, vergeetachtigheid of een praktische hulpvraag.
En juist daardoor blijft de werkelijke vraag soms langer verborgen dan nodig is. Terwijl die ene vraag achter de klacht misschien wel de belangrijkste is:
“Heeft u iemand om de dagelijkse zorgen mee te delen?”
De bronnen zijn meestal in het Engels, maar GoogleTranslate doet wonderen.