Wie regelmatig met bus, tram of metro reist, kent het principe al jaren. U neemt lijn 3, stapt over op lijn 12 en komt uit waar u moet zijn. Bij de trein werkt dat anders. Daar kijkt vrijwel iedereen naar een bestemming: Den Haag, Zwolle, Maastricht of Leeuwarden. Toch lijkt daar binnenkort verandering in te komen.
NS wil vanaf de dienstregeling van 2027 alle binnenlandse treinverbindingen voorzien van een lijnnummer. Een intercity wordt dan bijvoorbeeld IC17, een sprinter S52. Daarmee sluit de trein meer aan op systemen die in veel andere landen al normaal zijn.
Voor veel reizigers voelt dat misschien verrassend. Want waarom zou een trein ineens een nummer nodig hebben als de eindbestemming toch al op het bord staat?
De bestemming verdwijnt niet. Dat scheelt. Op de borden blijft gewoon staan waar de trein naartoe rijdt. Het lijnnummer komt er als extra herkenningspunt bij.
Dat lijkt sterk op wat reizigers kennen van vliegverkeer. Daar zoekt niemand uitsluitend naar “de vlucht naar Barcelona”. Men kijkt vaak ook naar vluchtnummer KL1234 of FR5678. Vooral wanneer er vertragingen, gatewijzigingen of omboekingen zijn.
Bij de trein kan hetzelfde principe helpen.
Neem een situatie waarin meerdere intercity’s deels dezelfde route volgen. Een reiziger ziet dan niet alleen “intercity naar Dordrecht”, maar ook welk traject die trein precies volgt. Voor mensen die vaker reizen kan dat sneller herkenbaar worden dan steeds alle tussenstations lezen.
Voorstanders wijzen erop dat lijnnummers in Duitsland, Zwitserland en delen van Nederland al jarenlang worden gebruikt. Regionale vervoerders zoals Arriva werken er zelfs al geruime tijd mee. Voor hen is dit dus nauwelijks nieuws.
De reacties op dit nieuws laten zien dat het onderwerp meer losmaakt dan u misschien zou verwachten.
Een deel van de reizigers vindt het een logische stap. Zij vergelijken het met wegnummers. Niemand rijdt immers uitsluitend richting “Utrecht”. Veel automobilisten weten ook dat ze via de A12 of A2 moeten rijden. Het nummer wordt onderdeel van de oriëntatie.
Daarnaast verwachten voorstanders voordelen tijdens storingen en werkzaamheden. Juist wanneer routes tijdelijk veranderen, kan een lijnnummer helpen om sneller duidelijk te maken welke trein bedoeld wordt.
Tegenstanders kijken er heel anders naar.
Zij vrezen dat een extra nummer vooral extra informatie betekent. Een reiziger weet immers al dat hij om 17.35 uur de intercity naar Rotterdam moet hebben. Waarom zou daar nog een IC-nummer aan toegevoegd moeten worden?
Sommigen vrezen zelfs dat reizigers straks nummers moeten onthouden die voor hen weinig betekenis hebben. Zeker incidentele reizigers zouden eerder naar een bestemming kijken dan naar een lijncode.
Opvallend genoeg zijn beide kampen het over één punt grotendeels eens: de eindbestemming moet zichtbaar blijven. Vrijwel niemand pleit ervoor om uitsluitend met lijnnummers te communiceren.
Misschien draait deze verandering uiteindelijk niet om dagelijkse treinreizen, maar om uitzonderingen. Op een gewone dinsdagmiddag heeft vrijwel niemand moeite om de trein naar Eindhoven te vinden. Maar zodra werkzaamheden, omleidingen en vervangende routes in beeld komen, verandert dat. Dan worden omroepberichten soms lang, ingewikkeld en lastig te volgen. Op dat punt zien veel reizigers de meerwaarde van lijnnummers ontstaan.
Eén reageerder vertaalde het idee naar de praktijk:
“De intercity naar Schiphol rijdt niet, reizigers naar Duivendrecht nemen de intercity naar Schiphol die een extra stop maakt in Duivendrecht.”
Of:
“De IC32 rijdt niet, de IC31 zal extra stoppen te Duivendrecht.”
Die tweede boodschap is korter. En misschien juist daardoor duidelijker.
Voorlopig weten we nog niet precies hoe de definitieve nummering eruit gaat zien. NS test de komende tijd verschillende varianten en wil reizigers nadrukkelijk betrekken bij de invoering.
De vraag is dan ook niet zozeer óf de lijnnummers voor treinen eraan gaan komen. Want ze zijn 20 jaar geleden op reis gegaan en het is nu de vraag wanneer ze er zijn.
De echte vraag wordt iets anders: gaat de gemiddelde reiziger straks denken in bestemmingen, zoals nu, of ontstaat er langzaam een nieuwe gewoonte waarbij “IC17” net zo vanzelfsprekend wordt als “lijn 5” bij de tram?
Dat antwoord krijgen we waarschijnlijk pas wanneer de eerste reiziger op een druk perron hardop zegt: “Ik moet de IC32 hebben.” En de omstanders zonder aarzelen weten welke trein bedoeld wordt.