“Nog één week,” zegt Erik tegen zijn collega. “Dan heb ik eindelijk vakantie.”
Het klinkt alsof hij aftelt naar iets groots. Want dat is het eigenlijk ook.
Een week later zit hij op dinsdagochtend aan de tuintafel. Koffie en een zonnetje.
Geen afspraken en ook geen wekker én geen collega’s die iets van hem willen.
Hoe mooi kan het zijn?
Om elf uur loopt hij even naar binnen.
Hij zet de televisie aan.
Niet omdat er iets bijzonders op is.
Gewoon.
Een uur later pakt hij zijn telefoon. Hij leest wat nieuws, kijkt een filmpje, beantwoordt een appje dat best tot morgen had kunnen wachten.
Tegen drie uur vraagt zijn vrouw:
“Zullen we nog ergens heen?”
Erik haalt zijn schouders op.
“Van mij hoeft het niet zo.”
Die avond zegt hij iets wat veel mensen zullen herkennen.
“Gek eigenlijk. Ik heb de hele dag niets hoeven doen, maar echt voldaan voel ik me niet.”
Dat is een opmerkelijke zin.
Want bijna iedereen denkt dat méér vrije tijd vanzelf meer geluk oplevert.
‘Eindelijk geen vergaderingen.’
‘Geen boodschappenlijstje dat nog afgewerkt moet worden.’
‘Geen wekker die afgaat terwijl het buiten nog donker is.’
‘Gewoon doen waar u zin in hebt.’
Toch blijkt dat beeld minder vanzelfsprekend dan het klinkt.
Juist waar we zo naar verlangen,
blijkt niet automatisch te brengen wat we ervan verwachten.
Psycholoog Laurie Santos verwijst naar onderzoek waarin duizenden mensen bijhielden hoe zij hun dagen beleefden. Opvallend genoeg scoorden dagen vol vrije tijd lang niet altijd het hoogst. Mensen voelden zich vaak beter op dagen waarop verschillende dingen samenkwamen:
een beetje beweging, contact met anderen, een activiteit die ergens toe leidde en óók ruimte om uit te rusten.
Dat klinkt bijna oneerlijk.
Juist waar we zo naar verlangen, blijkt niet automatisch te brengen wat we ervan verwachten.
Maar misschien zit de verrassing ergens anders.
We praten vaak over vrije tijd alsof het een lege doos is.
“Eindelijk niks.”
“Lekker een dag voor mezelf.”
“Ik zie wel waar ik zin in heb.”
Allemaal begrijpelijke uitspraken.
Alleen zeggen ze eigenlijk niets over wat iemand zoekt.
Zocht hij ontspanning? Was hij op zoek naar rust? Naar afleiding of juist herstel?
Of wilde hij vooral een dag waarop niemand iets van hem vroeg?
Dat zijn vier heel verschillende verlangens.
En toch noemen we ze allemaal: vrije tijd.
Misschien verklaart dat waarom de ene vrije middag voelt als een cadeau en de andere als een dag die ongemerkt door uw vingers is geglipt.
Er zit nog iets vreemds in.
We zijn verrassend goed in voorspellen waar we nú zin in hebben.
Niet per se in voorspellen waar we vanavond tevreden op terugkijken.
Dat verschil is groter dan het lijkt.
Een wandeling voelt vooraf soms als een slecht idee. De bank oogt aantrekkelijker.
Een serie staat met één druk op de knop klaar. Geen gedoe.
Toch zeggen mensen na een wandeling opvallend vaak:
“Eigenlijk knapte ik daar van op.”
Terwijl dezelfde mensen na drie uur televisie soms denken:
“Waar is de middag gebleven?”
Dat betekent niet dat televisie kijken verkeerd is. Of dat een wandeling altijd beter is.
Iedereen kent ook avonden waarop een film precies is wat nodig was.
Net zoals iedereen dagen kent waarop een lange wandeling vooral voelde als een verplicht nummer.
Misschien zoeken we daarom op de verkeerde plek.
Niet in de vraag welke activiteit de beste is. Maar in een veel ongemakkelijkere vraag.
Waar hopen we eigenlijk op als we zeggen: “Ik ga vandaag eens lekker niets doen”?
Dat lijkt een eenvoudige zin.
Misschien is het wel een van de ingewikkeldste die we dagelijks uitspreken.
In het tweede deel van deze reeks vragen we ons af wat we precies bedoelen als we zeggen dat ‘ik vandaag lekker even niets ga doen’. Aankomende donderdag leest u meer!