Hoewel we best een beeld hebben van obsitas, is het altijd goed om er eens extra over na te denken. Obesitas is geen kwestie van een paar kilo’s meer of minder, maar een verschijnsel dat langzaam maar zeker een plaats heeft gekregen in het dagelijkse leven van veel mensen. In een tijd waarin voeding overvloedig beschikbaar is, beweging vaak naar de achtergrond verdwijnt en het leven steeds meer zittend wordt ingericht, schuift het lichaam stilletjes richting een nieuw evenwicht. Dat evenwicht is niet altijd gezond.
Vooral na het vijftigste levensjaar verandert het lichaam. De stofwisseling vertraagt, spieren nemen geleidelijk af als ze niet actief worden onderhouden, en vetopslag kan gemakkelijker toenemen. Dat betekent niet dat ouder worden automatisch gewichtstoename veroorzaakt, maar wel dat de omstandigheden anders worden en aandacht vragen voor leefstijl, voeding en mentale rust. Obesitas raakt dus niet alleen het lichaam, maar ook de kwaliteit van leven, het gevoel van vitaliteit en soms het zelfbeeld van mensen die midden in hun actieve levensfase staan.
Niet alleen leefstijl, maar ook hormonale processen,
genetische aanleg en de samenstelling van bacteriën
kunnen ook een rol spelen bij obesitas.
Obesitas is niet gewoon “te veel eten”. Het is een medische aandoening waarbij het lichaam meer energie (calorieën) opneemt dan het verbrandt, waardoor vetweefsel zich ophoopt. Bij obesitas is dat zo’n ernstige vorm van overtollig gewicht dat het een ziekte op zich kan zijn, met een chronische ontstekingscomponent in het vetweefsel. Dat maakt een volle buik niet alleen cosmetisch maar werkelijk schadelijk voor de gezondheid.
De meest gebruikte maatstaf hiervoor is de Body Mass Index, kort gezegd, de BMI. Een BMI van 30 of hoger betekent obesitas. Die index brengt gewicht en lengte in verhouding, zodat we een grove indicatie krijgen of iemand gezond, te zwaar of ernstig te zwaar is.
In de rest van de bevolking (18 jaar en ouder) heeft iets minder dan 16 procent obesitas in 2024. Dat betekent dat van elke 100 volwassenen er ongeveer 15 tot 16 mensen ernstig overgewicht hebben.
Voor oudere volwassenen ligt die iets hoger. In de groep boven de 50 neemt overgewicht in het algemeen toe met de leeftijd en obesitas komt relatief vaker voor dan bij jongere volwassenen. In de groep van 55 tot 65 jaar en bij 65-plussers gaat het om percentages die oplopen richting de 18 tot 20 procent of zelfs meer. Die 20% slaat dus op 20 van de 100 personen binnen die specifieke leeftijdsgroep.
Sinds de jaren 80 is obesitas in Nederland ongeveer drie keer zo vaak als vroeger. Toen had zelfs maar zo’n 5 procent obesitas onder volwassenen, tegenwoordig is dat rond de 15–16 procent.
Obesitas heeft geen enkele “schuldige” oorzaak. Het is een samenspel van factoren:
Het gaat dus niet om een simpele causaal verband tussen “veel eten” en gewicht, maar om een complex netwerk van invloeden dat individuen en bevolkingsgroepen anders raakt.
Obesitas verhoogt uw kans op tal van ernstige gezondheidsproblemen:
Voor oudere volwassenen kan obesitas ook invloed hebben op mentale functies en cognitieve gezondheid.
De Nederlandse overheid en gezondheidsorganisaties zetten in op preventie en behandeling. Het plan uit het Nationaal Preventieakkoord bijvoorbeeld wil het aandeel volwassenen met overgewicht terugdringen via gezonde voeding, meer beweging en aantrekkelijkere leefomgevingen.
Aan de zorgkant bestaat er een geïntegreerde aanpak waarbij medisch begeleide leefstijlprogramma’s, coaching, dieetbegeleiding en ondersteuning in gedragsverandering een rol spelen. Voor sommige mensen kan in overleg met artsen zelfs een chirurgische ingreep (zoals een maagverkleining) overwogen worden als hoge BMI gezondheidsrisico’s onacceptabel maakt, maar dat is geen simpele oplossing en vraagt zorgvuldige afweging.
Op de website van obesitaskliniek.nl kunt u met een eenvoudig schuifsysteempje direct zien of u in een risicogroep valt.
Daarnaast blijven onderstaande tips altijd belangrijk – maar dat geldt voor iedereen:
Obesitas is niet een modewoord of lastige term in een jaarverslag. Het komt dichtbij onszelf, direct of indirect. Het is ook geen kwestie van ‘gewoon te veel gegeten’. Het is een complex gezondheidsprobleem. Wie de cijfers en koppige feiten bekijkt, ziet dat het niet alleen een individueel probleem is maar ook een maatschappelijke. Begrip van oorzaken en risico’s helpt bij het maken van betere keuzes, betere begeleiding en een effectievere aanpak op langere termijn.
Kijk ook op:
We wensen u een goede gezondheid!