“Sporten? Daar heb ik helemaal geen tijd voor!” Het is een uitspraak die veel mensen zullen herkennen. De dagen zijn gevuld met boodschappen, huishoudelijke klusjes, afspraken en misschien werk of de zorg voor anderen. Voor een bezoek aan de sportschool of een lange wandeling blijft dan weinig tijd over. Maar wist u dat u op een gewone dag vaak al meer beweegt dan u denkt? En dat kleine beweegmomenten samen een verschil kunnen maken?
Bij bewegen denken we al snel aan hardlopen, fitness of een bezoek aan de sportschool. Maar er zijn veel meer manieren om actief te zijn. Denk bijvoorbeeld aan stofzuigen, tuinieren, de trap nemen of lopend boodschappen doen.
Ook een wandeling naar de brievenbus of even opstaan na een tijdje zitten is een beweegmoment. Niet alles telt even zwaar mee voor de beweegrichtlijnen, maar iedere extra beweging is mooi meegenomen.
Sta eens stil bij wat u op een doorsnee dag allemaal doet. Misschien herkent u een aantal van deze momenten:
Al die activiteiten zorgen ervoor dat u niet de hele dag stilzit. Toch kan het gebeuren dat u op sommige dagen vooral op de bank zit of achter een scherm doorbrengt.
Voor volwassenen is het advies om iedere week minimaal 150 minuten matig intensief of zwaar intensief te bewegen, verspreid over meerdere dagen. Denk bijvoorbeeld aan stevig wandelen, fietsen of zwemmen. Daarnaast wordt aangeraden om minstens twee keer per week activiteiten te doen die de spieren en botten versterken. Voor ouderen zijn ook oefeningen voor de balans belangrijk. Het is bovendien verstandig om lang stilzitten regelmatig te onderbreken.
Dat klinkt misschien als veel, maar u hoeft niet alles in één keer te doen. Een wandeling van een kwartier, een fietstochtje of wat extra beweging tijdens het huishouden kan helpen om actiever te worden. Kies vooral iets wat bij u past en bouw het rustig op.
U hoeft uw hele dag niet om te gooien om wat actiever te worden. Met deze kleine aanpassingen komt u al een heel eind:
Misschien lukt het niet om iedere dag uitgebreid te wandelen of te sporten. Dat hoeft ook niet meteen het doel te zijn. Begin bijvoorbeeld met tien minuten extra bewegen per dag en kijk wat voor u haalbaar is. Als u lichamelijke klachten heeft of bewegen lastig vindt, kies dan een vorm die bij uw mogelijkheden past en vraag zo nodig advies aan uw huisarts of fysiotherapeut.
Het belangrijkste is dat u een manier vindt die u prettig vindt en die u kunt volhouden. Want bewegen hoeft niet altijd een sportprestatie te zijn.
En u? Bent u op een gewone dag veel in beweging, of brengt u juist veel tijd zittend door? Misschien is dit een mooi moment om eens op te letten hoeveel u eigenlijk beweegt!