Hij staat op een halfbewolkte vrijdagmiddag op een stationsperron in Utrecht.
Zijn broer heeft hem al drie keer gevraagd om eens mee te gaan naar een klein jazzfestival aan de rand van de stad. Het is zo’n kleinschalig evenement en het zijn vooral onbekende namen. Gewoon een paar podia, wat eten, mensen op klapstoelen en muziek die door iedereen op een eigen manier mooi gevonden wordt.
Erik heeft eigenlijk geen zin.
Hij is moe van de week, de trein is druk en thuis wacht een rustige avond. Een maaltijd, misschien een beetje lezen, op tijd naar bed. Het klinkt verstandig. Comfortabel ook.
Zes uur later loopt hij terug naar het station. Hij heeft onverwacht veel gelachen, een oude studievriend tegen het lijf gelopen en een goeie trompettist gehoord die hij nooit eerder kende. In de trein terug naar Maarssen appt hij zijn broer iets dat veel mensen zullen herkennen:
“Eigenlijk ben ik heel blij dat ik gegaan ben.”
Die zin is interessanter dan hij lijkt. Want waarom was hij daar vooraf niet zeker van?
‘We onderschatten hoe waardevol betrokkenheid, ontmoeting of iets nieuws kan voelen wanneer we erop terugkijken.’
Psychologen maken al jaren onderscheid tussen wat ons op het moment zelf aantrekkelijk lijkt en wat ons achteraf een goed gevoel geeft. Iemand als Daniel Kahneman bijvoorbeeld. Hij beschreef het verschil tussen het ‘ervarende zelf’ en het ‘herinnerende zelf’: het deel van ons dat nú gemak zoekt en het deel dat later beoordeelt of een dag de moeite waard was. Die twee zijn verrassend vaak met elkaar in discussie.
Dat verklaart iets ongemakkelijks.
We denken graag dat we weten waar we gelukkig van worden. Maar onderzoek laat zien dat mensen daar regelmatig naast zitten. Daniel Gilbert toonde aan dat we onze toekomstige gevoelens systematisch verkeerd voorspellen. We overschatten hoe prettig gemak zal zijn en onderschatten hoe waardevol betrokkenheid, ontmoeting of iets nieuws kan voelen wanneer we erop terugkijken.
De verleiding zit niet snel in het spectaculaire. Mensen worden aangetrokken tot het onmiddellijke. Zoals het niet hoeven vertrekken en niet de moeite hoeven doen om kaartjes te regelen. Thuisblijvers hoeven geen trein te halen, geen gesprek te beginnen met onbekenden. Gemak heeft een krachtige eigenschap: het vraagt niets van ons.
Het is een wedstrijdje tussen frictie en betekenis. Tussen dat wat ons moeite kost en ons daadwerkelijk een gevoel geeft van betekenis te zijn.
De activiteiten waar mensen later vaak met warmte aan terugdenken – een concert, een etentje, vrijwilligerswerk, een museum, een wandeling met iemand die ze lang niet zagen – beginnen opvallend vaak met een moment waarop ze dachten: laat maar zitten.
Dat betekent niet dat iemand zich voortdurend moet dwingen. Niet elke vrije middag hoeft memorabel te zijn. Die gedachte is iets teveel Instagram-achtig. Maar het geeft wel aan dat ons eerste gevoel geen betrouwbare scheidsrechter is. Want een leven dat alleen maar uit gemakkelijke middagen bestaat, gaat leeg voelen. Ongemerkt.
Erik zal volgende week waarschijnlijk weer twijfelen voordat hij ergens naartoe gaat.
Dat is het menselijke aan alles.
Een middagje vrij maakt ons niet automatisch gelukkiger. En wat bedoelen we precies, als we zeggen dat we ‘lekker even niets gaan doen’? Ook de woorden rust en herstel lopen vaak door elkaar. In een drukke tijd is het niet altijd vanzelfsprekend van een middagje vrij, daadwerkelijk een middag herstel te maken. Met deze reeks van 4 artikelen hebben we ingezoomd op het thema rust en herstel. Lees meer via de links.