“Nee hoor, het is hetzelfde medicijn.”
De apothekersassistente zegt het rustig en semi-pittige tegelijk. Het is een toontje van iemand die deze uitleg vandaag al twaalf keer heeft gegeven. Aan de andere kant van de balie draait een man het doosje een paar keer om. Ander logo, ander kleurtje, andere fabrikant. De naam die hij al jaren kent, staat er niet meer op. Weer wennen aan zo’n gekke medicijnnaam.
“Maar waarom ziet het er dan anders uit?”
Het is een vraag die veel verder gaat dan een kartonnen doosje.
‘Niet omdat wij als mensen zo wantrouwend zijn,
maar iedereen die serieuze medicijnen heeft, weet dat het niet om een pak melk gaat.’
Wie jarenlang iedere ochtend hetzelfde tabletje uit dezelfde verpakking haalt, bouwt ongemerkt een gewoonte op. Dat doosje wordt een anker in een dagelijks ritme. Verandert dat ineens, dan ontstaat twijfel. Niet omdat wij als mensen zo wantrouwend zijn, maar iedereen die serieuze medicijnen heeft, weet dat het niet om een pak melk gaat.
Dit is het moment wat mensen de grootste frustratie bij de apotheek noemen: “Uw medicijn is niet leverbaar.” Die ervaring komt véél terug in discussies op internet. Mensen schrijven dat ze plotseling een ander merk krijgen, niet weten wanneer hun vertrouwde medicijn terugkomt of zich afvragen waarom dit steeds vaker gebeurt.
‘Werkzame stoffen kunnen uit India komen, hulpstoffen uit China,
de productie vindt ergens anders plaats en de verpakking weer in een ander Europees land.’
Een medicijn legt tegenwoordig vaak een wereldreis af voordat het in Nederland in een apotheek ligt. Werkzame stoffen kunnen uit India komen, hulpstoffen uit China, de productie vindt ergens anders plaats en de verpakking weer in een ander Europees land. Gaat ergens in die keten iets mis, bijvoorbeeld door een kwaliteitsprobleem, een productiestoring, transportvertraging of een tekort aan grondstoffen, dan kan een medicijn tijdelijk verdwijnen. Ook een plotseling grotere vraag kan de voorraad uitputten.
‘Het voorkeursmerk helpt de zorgkosten te beperken, maar betekent ook dat patiënten vaker van fabrikant wisselen.’
Dan is er nog een tweede onderwerp waar veel discussie over bestaat: het preferentiebeleid van zorgverzekeraars. Daarbij wordt binnen een groep gelijkwaardige medicijnen vaak één voorkeursmerk vergoed. Dat helpt de zorgkosten te beperken, maar betekent ook dat patiënten vaker van fabrikant wisselen. Verschillende organisaties erkennen dat dit ongemak veroorzaakt. Tegelijkertijd verschillen de meningen over de vraag hoeveel dit beleid daadwerkelijk bijdraagt aan medicijntekorten. Zorgverzekeraars wijzen ook op internationale productieproblemen en nemen inmiddels maatregelen om tekorten te beperken.
Voor de patiënt maakt die nuance aan de balie soms weinig verschil.
‘De wrevel gaat in feite over voorspelbaarheid.’
Gelukkig is het antwoord meestal ja. Wanneer een vertrouwd merk niet beschikbaar is, zoekt de apotheek vaak een alternatief met dezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde werking. De verpakking kan anders zijn, soms ook de kleur of vorm van de tablet, maar dat betekent niet automatisch dat het medicijn minder goed werkt. Wel kunnen sommige mensen gevoelig reageren op andere hulpstoffen of raken zij in de war door een andere verpakking. Daarom is het verstandig om vragen direct met de apotheker of arts te bespreken.
Interessant genoeg gaat de frustratie dus eigenlijk nauwelijks alleen over het medicijn. De wrevel gaat in feite over voorspelbaarheid.
Over het gevoel dat iets waar u al jaren op vertrouwt, opeens onzeker wordt.