Kijk om u heen op een willekeurige julimiddag langs een Nederlandse plas en u ziet het al gebeuren: iemand staat wiebelend op een board, peddel in de aanslag, gezicht in een grimas tussen concentratie en overmoed. Een meter verderop glijdt een sloep voorbij met aan boord een gezin dat luidkeels discussieert over wie de fles rosé heeft ingepakt. Op de kant staat iemand nog met de armen over elkaar. Maar als u hem zou vragen of hij geïnteresseerd is, zou hij zich hardop afvragen: zou ik dat ook kunnen?
Nederland is, cijfers bevestigen wat elke fietser langs een gracht al vermoedt, in rap tempo verslingerd geraakt aan het water zelf. Meer dan een kwart van de Nederlandse bevolking deed in 2024 aan een of andere vorm van watersport, goed voor zo’n 4,6 miljoen volwassenen – een duidelijke stijging ten opzichte van 2021. Dat is geen nichegroepje op kunstrubber; dat is bijna een op de vier mensen die u in de supermarkt ontmoet.
Hier wringt een aanname die het hardnekkigst blijft hangen.
Want het idee is dat watersport per definitie een groepsaangelegenheid is. Een clubje op de roeivereniging, een bemanning op het zeilschip, een filmpje vol slingerende types op waterski’s achter een boot vol vrienden die schreeuwen “Whoa, nóg een keer!”.
Dat beeld klopt voor een deel – het Watersportverbond telt ruim 300 aangesloten clubs met samen meer dan 80.000 leden – maar het is nog maar de helft van het verhaal. Datzelfde verbond wijst zelf op een veel grotere, stillere groep: ruim 600.000 mensen die watersporten zonder ooit lid te worden van wat dan ook.
Suppen is daarvan het duidelijkste bewijs. Er is geen bemanning nodig, ook een wachtlijst ontbreekt, er zijn ook geen ingewikkelde knopen. U huurt een board, loopt het water in en binnen een paar pogingen staat u – eerst wat wankel, maar staand.
Deze sport is in korte tijd uitgegroeid tot een van de populairste manieren om Nederland vanaf het water te ontdekken, dankzij de talloze meren, plassen, kanalen en kustlijnen die het land te bieden heeft. Wat het zo geschikt maakt voor de solo -actieveling is precies dat wat groepsactiviteiten soms lastig maken: u bepaalt zelf het tempo – de een zoekt de uitdaging in lange tochten, de ander zoekt vooral de rust op het water.
Hetzelfde geldt, soms met wat meer voorbereiding, voor kanoën, freediving en zelfs zeilen – een zaterdagcursus volstaat vaak al om zelfstandig een boot uit de haven te loodsen. De groep is dus geen voorwaarde, eerder een optie: fijn voor de gezelligheid, overbodig voor de ervaring zelf.
Dus die figuur op de kant, twijfelend of hij het board op moet? Niemand hoeft mee.
Het water wacht. En een aanrader is het zeker.