We hebben het ooit normaal gevonden dat iemand uw boodschappen over de scanner haalde en vroeg of u zegeltjes spaarde. Nu piept u zelf, rekent u zelf af en als u niet gecontroleerd wordt, staat u zó weer buiten. Technologische vooruitgang, efficiëntie, autonomie. Maar tegelijkertijd betekent het dat u minder praatjes, heeft, minder oogcontact en minder mini-ontmoetingen.
Valt daar iets boeiends over te zeggen? Zeker weten. Sterker nog: het raakt aan een stille verschuiving in onze sociale infrastructuur.
Duizend gemiste begroetingen in een jaar? Dat doet iets met uw gevoel van verbondenheid.
Zelfscannen bij de supermarkt geeft regie. U bepaalt het tempo en u kunt meestal in één keer door naar huis.
Voor veel mensen betekent dit ook zelfstandigheid. Geen afhankelijkheid, gehaast personeel en in de meeste gevallen is er ook geen druk omdat de artikelen van de persoon achter u ook alvast in versneld tempo door de scanner gaan (en u voelt hoe weinig tijd u heeft om die van u in de tas te leggen. Zeker voor mensen met een fysieke beperking of een volle agenda is die autonomie goud waard.
En ja, efficiëntie is misschien een vorm van respect, want uw tijd doet ertoe. Al is het rustig kunnen inpakken van uw boodschappen – zonder dat de cassière die van de andere klant erachteraan drukt – ook een vorm van respect.
Maar dan het subtiele verlies. Een socioloog zou nu gaan strooien met ingewikkelde woorden zoals micro-interacties, waarmee hij gewoon korte, ogenschijnlijk onbelangrijke contactmomenten bedoelt die tóch betekenis hebben. Denk aan een luchtig grapje bij de kassa, een opmerking over het weer of wat ook maar.
Die mini-contacten zijn wel belangrijk, ze werken als sociale smeerolie. Ze bevestigen: ik besta, ik zie en ik wordt gezien – wij delen even dezelfde ruimte, zonder dat we vrienden hoeven te worden.
In een zelfscansamenleving verschuift het contact van mens naar machine. U tikt, het apparaat piept, klaar. Het is functioneel, absoluut. Is het relationeel? Nee, nauwelijks.
Voor mensen die al weinig sociale contacten hebben, kan dat cumulatief werken. Cumulatief betekent hier: het stapelt zich langzaam op. Eén gemiste begroeting is niets. Duizend gemiste begroetingen in een jaar? Dat doet iets met uw gevoel van verbondenheid.
Elke zaterdag koffie in dezelfde winkel en elke woensdag naar de markt.
Ritme creëert herkenning van mensen en herkenning creëert weer relaties.
Nu komt het interessante deel. Contact verdwijnt niet, het verandert van vorm.
We zien bijvoorbeeld:
Sommige filialen van PLUS experimenteren zelfs met zitplekken en koffiecorners. Geen toeval. Bedrijven snappen dat menselijke warmte commerciële waarde heeft.
De vraag is dan niet: is de zelfscansamenleving goed of slecht?
De vraag is: hoe organiseren we bewust kleine contactmomenten in een efficiënte omgeving?
U bent geen slachtoffer van technologie, zolang u kunt sturen. Er zijn drie concrete strategieën:
Contact ontstaat zelden vanzelf. Het wordt veroorzaakt. Door u, door mij, door die stilte die verbroken wordt.
We leven in een tijd waarin anonimiteit technisch eenvoudig en wat de privacy betreft, ook vaak gewenst is. U kunt bestellen, betalen, communiceren zonder één gezicht te zien. Dat is uiterst makkelijk en comfortabel. Maar comfort is niet hetzelfde als verbinding.
Misschien wordt de toekomst selectiever sociaal. Misschien bent u iemand die de gelegenheden mist waarbij contacten toevallig ontstonden. Wellicht moet u wennen aan het feit dat u met nog meer intentie nieuw contact moet zoeken. Dat vraagt bewustzijn én het vraagt karakter.
En eerlijk is eerlijk: vroeger was ook niet alles rozengeur bij de kassa. Sommige momenten waren net zo leeg als het kassabonnetje – dat is iets van alle tijden. Al heeft het gevoel van nostalgie ook altijd wel de neiging om de scherpe randjes weg te polijsten – en dat is soms best fijn.
Zelfscannen is geen bedreiging. Het is een uitnodiging om contact niet langer als vanzelfsprekend te zien, maar als keuze.