Een tuin kan volmaakt aangelegd zijn en het kan iets weg hebben van een catalogus met grote tegels, strakke lijnen en sierplanten die aan het geheel een speelse draai geven. Maar toch kan het soms nog iets missen – iets levendigs. Bijtjes, vogels en vlinders brengen leven in dit decor. Wanneer deze gevleugelde diertjes eenmaal een thuis hebben gevonden in uw achtertuin, gebeuren er twee dingen. Het eerste is natuurlijk dat u de natuur helpt en een veilig ecosysteem beschikbaar maakt. Het andere betekent dat er een stukje leven en vrolijkheid in uw uitzicht fladdert. Dit alles vraagt om een goede samenhang, zodat u en al die wezentjes zich thuis voelen op dezelfde plek.
Dieren komen alleen als drie voorwaarden kloppen: voedsel, veiligheid en voortplantingsmogelijkheden. Ontbreekt er één? Dan blijven ze helaas weg.
Koolmezen bijvoorbeeld eten vooral insecten, zeker in het broedseizoen. Minder insecten betekent automatisch minder vogels. Dat is een direct gevolg van hoe deze voedselketen werkt.

Niet elke bloem is nuttig. Veel moderne tuinplanten zijn gekweekt op uiterlijk, niet op voedingswaarde.
Daarom hier een paar voorbeeldjes van planten die wél voedingswaarde hebben. De lavendel, zonnehoed en ijzerhard zijn hebben aantrekkingskracht voor voor bijen en vlinders. De klimop zorgt voor late nectar in het najaar. En struiken met bessen? Die brengen de vogels binnen.
Een belangrijk detail is dat enkelvoudige bloemen nectar bevatten, gevulde bloemen vaak niet. Die lijken aantrekkelijk, maar zijn ecologisch leeg. Enkelvoudige bloemen zijn te herkennen aan één krans met bloembladen. De meeldraden en stampers zijn goed bereikbaar en dit maakt ze essentieel als voedselbron voor bijen en insecten. Gevulde bloemen hebben door kweek extra bloembladen; maar dit is vaak ten koste gegaan van de meeldraden, waardoor ze weinig tot geen waarde hebben voor bestuivers.
Meer praktische voorbeelden vinden? Neem ook een kijkje bij dit artikel van Milieucentraal.
Een tuin die alleen in de zomer bloeit, laat insecten in andere seizoenen zitten, wanneer het voedsel juist schaars is. Door te zorgen voor vroege bloeiers, zomerplanten en late bloeiers vult u de gaten.
Voorbeelden van vroege bloeiers zijn natuurlijk de krokussen, sneeuwvlokjes en de toverhazelaar. Ze zijn niet alleen vrolijk in de tuin rond januari, februari en maart, maar bieden voedsel aan bijen. Zomerplanten zijn de kleurrijke, meestal eenjarige planten die uitbundig bloeien tussen het late voorjaar en de herfst, zoals leeuwenbek, petunia en Afrikaantje. De vaste planten zoals lavendel, zonnehoed en Afrikaanse lelie zijn voor de lange termijn visie wel handig, aangezien ze weer terugkomen het volgende jaar. En de late bloeiers? Die doen het goed in de nazomer, en herfst – zo tussen augustus en november. Ze geven kleur in de tuin als de rest al is uitgebloeid. Populaire soorten zijn herfstasters, sedum, (weer) zonnehoed, Japanse anemoon en ijzerhard. Deze soorten zijn vaak sterk, onderhoudsarm en belangrijk voor bijen en vlinders.
Deze collectie in de tuin zorgt voor een continue voedselstroom.

Waar voldoet een levende tuin verder aan? Misschien heeft u het al gemerkt, maar met het planten van alleen maar bloemetjes blijft de gehele tuin zogezegd laag bij de grond. Een tuin waarin vanalles en nogwat leeft, heeft opbouw. Dieren houden van beschutting en ze houden van veiligheid.
In een opbouw waarin beschutting en veiligheid aanwezig is, past het om in verschillende hoogten te werken. Zo zorgen bomen direct voor een niveauverschil in de tuin en door struiken te planten vinden dieren meer beschutting. Kunt u het zich al voorstellen? Hogere bomen en lage bloemenperken en als overbruggend verschil struiken: eigenschappen die uw tuin dynamiek en energie geven.
Deze gelaagdheid creëert kleine leefgebieden, zogezegde “niches”. Het zijn plekken waar verschillende soorten zich thuis voelen.
Bladeren, takken en “onafgewerkte” hoekjes: als u het zelf ziet in de tuin is het misschien een gevoelsmatig punt voor uw to-do list. Maar rommeltjes zijn geen teken van luiheid, maar van leven! Want veel insecten overwinteren juist in dat soort plekken. Haalt u alles weg? Dan verwijdert u ook de volgende generatie die u juist aan het verwelkomen was.
Water heeft als klein detail, een groot effect. Want een schaaltje water of een vogelbadje kan het verschil maken. Niet alleen voor vogels, maar ook voor insecten werkt een simpele schaal met steentjes al. Ze kunnen landen zonder te verdrinken. Het is geen luxe, maar een basisvoorziening.
Meer leven in uw tuin ontstaat niet door een simpele ingreep op zich, maar door samenhang te creëren waarin voedsel, structuur en timing de kern vormen. Pas als die kloppen, heeft de rest zin.