“De toekomst wacht niet op achterblijvers.” | “Innovatie en technologische vernieuwing”
Het zijn twee zinnetjes uit de troonrede. Twee losse zinnen die eigenlijk helemaal niet bij elkaar horen. Maar ze passen wel. Maar ik moet denken aan iets heel anders. Ik combineer beide quotes. In de troonrede vallen deze niet samen. Maar ik link ze hier wel even aan elkaar. Want er zit een belangrijke kracht in voor de oplettende vijftigplusser.
Achterblijven. Een toekomst die niet wacht op achterblijvers creëert een gat. Een soort sinkhole tussen de achterblijver en de toekomst. Een ruimte ertussen die ook gewoon steeds groter wordt. Wat nu morgen is, wordt straks 5 jaar later, wordt daarna 10 jaar later. Wat nu is, ziet er over die 10 jaar volstrekt anders uit. Het gat zo klein mogelijk houden is dus bizar belangrijk.
Welk gat moeten we dus zo klein mogelijk houden? Het gat tussen onszelf en innovatie.
Dat is een hele mond vol. Aangezien innovatie hetzelfde is als vernieuwing, maken we er technologische vernieuwing van.
“Stap even uit die trein de wereld van AI binnen
en alles van de grond tot aan de lucht is het product van een robot.”
Als het hierom gaat, denk ik direct aan een aantal dingen. Laptops, smartphones digitale foefjes passeren mijn gedachten. Maar in de eerste plaats denk ik direct aan AI. Is de vernieuwing rond kunstmatige intelligentie interessant voor u? Is het boeiend om te volgen? Niet voor iedereen.
Een tijdje terug hoorde ik iemand zeggen:
“Nou, dat AI (of ‘aaaa-iee’), dat hoeft van mij allemaal niet hoor.”
Wat deze persoon eigenlijk bedoelde was met andere woorden:
“Ik houd me niet zo bezig met AI. Ik heb hier niets mee, ik vind het niet interessant en misschien bedoelde zij ook wel dat ze deze vorm van technologie niet de moeite waard vond om zich in te verdiepen.”
Ik maakte de vertaalslag daarop net een beetje anders.
Want ik dacht: iemand die zich helemaal nooit verdiept in AI, kunstmatige intelligentie, zal nooit echt de gevaren gaan herkennen op het moment dat dit dichtbij komt.
Ik visualiseer het even. Stel dat AI een stukje grondgebied is. We weten dat het er is, maar we zijn er nog nooit geweest. We weten vaag dat er een andere taal gesproken wordt, met een ander soort munt wordt betaald en dat er een andere cultuur schijnt te zijn. Toch bekijken we deze cultuur met de bril van onze normen en waarden. Willen we er daarom niet heen?
Op perron A staat de trein van de Kunstmatige Spoorwegen klaar. En op een dag besluiten we die trein te nemen en we gaan op bezoek in het land van AI. Het is bijna Fantasy Land, maar dan futuristisch en high-tech. De wereld van een computerspel.
Stap even uit die trein de wereld van AI binnen en alles van de grond tot aan de lucht is het product van een robot. De kleuren, de vormen en de manier van bewegen van de dingen om ons heen. Alles is geautomatiseerd. Maar… niet alles is perfect. (AI staat bekend om kleine gekke foutjes, zogenoemde AI-hiccups). Hier en daar staan alle bomen netjes op een rij. Verderop zijn ze geplant door een expert en staan ze wat chaotischer, op verschillende afstand van elkaar. De ene is groter dan de ander. Maar ook de expert heeft niet alles tot in detail ingevuld. Dat lijkt op het eerste oog helemaal niet zo.
Het lijkt gewoon een realistische wereld.
Ja. Dit stukje land lijkt superecht. Ondanks dat het mechanisch werkt.Het pad waarop we staan zigzagt die eindeloze wereld vóór mij door.
Het is een pad waarbij de bochten steeds een draai maken met exact dezelfde graden. Strak aangelegd.
Wie nog wat beter kijkt, ziet niet gewoon mooie bloemen en planten die het geheel opvrolijken. Alleen de persoon die er aandacht voor heeft om te blijven staan zal zien dat de afstand tussen de planten steeds dezelfde is. De blaadjes van de planten exact hetzelfde zijn. Dezelfde richting op staan. Onwillekeurig moet ik daarbij denken aan de plantjes en de bloemetjes uit lego. Maar dan lego die er écht fotorealistisch uitziet in plaats van plastic.Stel, we lopen even over het gras. Gras lijkt niet zo belangrijk. Bovendien staat hier geen bordje dat we binnen de paden moeten blijven. Er zijn zoveel sprieten, dat het niet belangrijk was voor de maker om te zorgen dat ze realistisch genoeg waren. Nu lijkt het op kunstgras van het voetbalstadion. Ik buk even om ze van dichterbij te bekijken. Het valt mij op dat ze allemaal dezelfde richting in staan. Gek.
Nou ja. Het is maar gras. Een paar stappen verder beginnen de eerste bomen. Die paar bomen die wat slordiger waren neergezet. Als ik dichterbij kom vind ik één dingetje wel raar. De bomen bleken wat ingewikkeld te zijn voor de expert. Twee takken lijken in de lucht te zweven. Ze zitten helemaal niet aan de boom vast! Dat kan helemaal niet. Ook de blaadjes aan die takken raken het andere deel van de boom niet. Hier is iets grondig mis gegaan. Ik bekijk de rest van de boom. De bladeren zitten aan de boom vast. En het is niet zoals bij het gras, dat ze allemaal dezelfde kant op staan. Deze bladeren staan wel een beetje rommelig. Maar wel rommelig op dezelfde manier. Dat kan.
Ik ga weer terug naar het pad. Een eindje verderop is de stad.
Ben heel benieuwd hoe dat eruit ziet. Nog even en ik zal weten met welk geld ze betalen.
Eenmaal op het pad kom ik iemand tegen. Hij begint te praten zodra hij me ziet. Hij moet dezelfde kant op. Dat blijkt al snel. Wat me ook opvalt, is dat hij geen moeite heeft om woorden te vinden. Aan één stuk door vertelt hij me alles over de omgeving. Als we bijna bij de stad zijn, ben ik er ook wel een beetje moe van. Echt een lange pauze nemen doet hij niet. Behalve een paar keer tussendoor. Dan raakt hij met zijn hand zijn haar aan, kijkt hij even in de verte en wijst naar iets dat hij bedoelt. Het kan niet anders denk ik. Dit is een Kunstmatige Bewoner. Want het valt mij op, dat zijn bewegingen ritmisch zijn. Zijn woorden zijn ritmisch en zijn gebaren zijn ritmisch. Niemand kan zo onafgebroken zijn hele verhaal afsteken en nauwelijks adempauze nemen met deze loopsnelheid.Aan het einde van de dag vol ervaringen in de Kunstmatige Stad sta ik bij perron Z – daar waar ik uitgestapt ben. Ik wacht tot de trein van de Kunstmatige Spoorwegen er weer staat. Volgens het bord komt de trein over 3 minuten aan. De secondewijzers tellen ritmisch af. Exact na 3 minuten staat de trein voor mijn neus stil en gaan de deuren open. Die gaan automatisch, want de sensor had al opgepikt dat ik daar stond.
Eenmaal in de trein denk ik aan al die AI-hiccups. De term die vaak wordt gebruikt om kleine gekke foutjes in de kunstmatige wereld aan te tonen. Het ritme van de blaadjes op z’n plek, de tak die niet aan de boom vastzit en die man-die-zo-echt-leek. Die man die onophoudelijk zijn verhaal kon doen en steeds op dezelfde momenten dezelfde bewegingen maakte.
Er is één ding waar ik van overtuigd ben. Ik wil meer van deze wereld zien. Want als deze man na een nieuwe update straks de trein neemt naar de echte wereld, heeft hij misschien wel vloeiende bewegingen geleerd. Weet hij wanneer hij stil moet zijn, wanneer hij verschillende bewegingen moet doen zoals echte mensen dat doen. En misschien heeft hij dan geen algemeen verhaal over de omgeving, maar een verhaal dat ik een donatie moet doen voor project X dat zonder financiële hulp zal moeten ophouden te bestaan. Of lijkt hij op een medewerker die namens het bedrijf informatie deelt. Maar in die echte wereld zal hij niet naast me lopen. In mijn echte wereld komt hij via een video binnen, op YouTube of Instagram misschien. En wijst hij naar de website onderaan het filmpje. Niet alleen om mij te informeren, maar vooral bedoeld zodat ik geld kan storten, of mijn gegevens kan achterlaten.
Maar ik ben niet gek. Ik ga eerst terug naar de meest betrouwbare bronnen. Ik let scherp op de informatie op de originele websites. Niet via een link. Maar ik tik de naam in de zoekbalk in. Ik lees hoe zij wel te werk gaan en begrijp dan, dat project X helemaal niet bestaat.
Bijblijven bij de vernieuwingen lijkt dus niet een kwestie te zijn van interesse. Het blijkt veel meer een zaak te zijn van veiligheid.
Kennis van zaken > is kennis van gevaren > is kennis hoe ik mij veilig houd.
Door juist de wereld van AI in te stappen en te leren kennen hoe het werkt, bereiden we ons voor op het moment dat hele boeventronies het hebben voorzien van de schamele euro’s op de bankrekening – die niet voor hen bestemd zijn. En misschien nog wel voor andere dingen. Bijblijven, om niet achter te lopen op de toekomst is van persoonlijk belang.