Augustus is in Nederland een maand van overgang. Vakanties lopen af, mensen gaan weer aan het werk, gezinnen komen weer in een ritme en de scholen beginnen weer. Elke periode in het jaar heeft zo zijn eigen karaktereigenschappen. De maanden voor en na de jaarwisseling staan symbool voor afsluiting en een nieuw begin, van donker naar licht en de periode voor de zomervakantie ademt weer een ander soort afronding uit. De nazomer perfectioneert die periode als er op veel plekken weer wat nieuws begonnen wordt. Beide periodes hebben vaak een ander soort spanning, tikje feestelijkheid en emotie tegelijkertijd.
Nieuwe dingen vragen betekent mentaal omschakelen. Ik bedoel het niet alleen even weer de draad oppikken na een relaxte vakantiemodus. Want misschien was de zomerperiode wel een mooi moment om over te stappen van baan. Dan is het woon-werk verkeer veranderd, misschien daarbij de tijdsindeling ook. Omdat het werk verder weg is, of het werk onregelmatiger is, op andere dagen valt. Maar ook op het werk zelf gebeurt er van alles.
Een nieuwe werkplaats, kantoor of winkel vraagt om het leren kennen van nieuwe collega’s, veel of weinig. Zijn ze hier al lang? Wie doet ook alweer wat? Wie moet ik hebben voor de voorraad? Mijn inlog is nog niet geregeld. Pfft, ik kan de helft nog niet bekijken nu. Ik moet nú al bellen met de ICT-helpdesk; is dat normaal? Ah, dit komt van de andere afdeling, wie is daar de voorman? O, natuurlijk is hij nog met vakantie, dat moet ook gebeuren. Oké, en hier is dus een monteur voor nodig, loopt dat al?
Tring! Telefoontje. “Eeeh, ik heb eigenlijk geen idee (waar u het nu over heeft), want dit is mijn eerste dag.
Maar ik zal even mijn collega vragen, momentje!”
En niet alleen dat, ook de dynamiek met name kan een behoorlijke uitdaging zijn. Herkenbaar? Dat vanaf het begin merkbaar is dat er een bepaalde sfeer is onderling, zelfs een hiërarchie misschien. En hoe werkt dat? Op sommige werkplekken wordt het gewaardeerd als je direct vol meedraait, initiatieven neemt en vooral niet afwachtend of terughoudend bent. Op weer andere plekken is dat ronduit brutaal. Alhoewel – dit ligt ook wel een beetje aan functie en levenservaring. Maar verder past dat beter in een ander artikel.
Met een stroom aan nieuwigheid ontstaat er soms een stukje gemis aan het oude vertrouwde. Die collega die altijd op hetzelfde tijdstip binnenwandelde om het hele team een goedemorgen te wensen, de mensen die jou om advies kwamen vragen omdat jij alles wist en doorgewinterd was in het bedrijf, het vaste bureau bij het raam of gewoon het koffiezetapparaat waar altijd een rij voor stond omdat díe koffie beter was dan die op het nieuwe bedrijf. Het goedje hier wordt al snel bekend onder de noemer van slootwater en collega’s met een zakje DE (of dan maar thee) blijken niet heel zeldzaam hier.
Maar als het oude bedrijf zo vertrouwd voelde dat de zaakjes op rolletjes liepen is het echt omschakelen bij het wisselen van baan. Het is ook wel een klein beetje lef hebben. Het zijn risico’s die natuurlijk horen bij het leven en het uiteindelijk nog leuker en spannender maken. Het is ook een sport om zo snel mogelijk het grote plaatje te kunnen herkennen, nadat alle details bekend zijn en de eerste routines lopen.
Een tip hierin?
Ja, wat oud was voelt soms altijd nog waardevol. De overstap was niet verkeerd en deze goede herinneringen mogen bouwstenen zijn om te vertrouwen dat de nieuwe plek zo weer zijn eigen bijzonderheden gaat geven. Op de nieuwe plek is het weer even de draai vinden. Misschien een favoriet plekje zoeken, maar al snel wordt duidelijk dat daar ook een leuke collega is die alles opvrolijkt en met een beetje humor zelfs de koffie beter smaakt.
Bovendien is een verandering heel goed voor de hersenen en zal dit op zijn tijd het resultaat hebben dat er ook een nieuwe collega is die vraagt: “Hee, jij werkt hier al langer, weet jij wie ik moet hebben voor de budgetvragen?”