Erik merkt het pas als hij de vuilnis buiten zet.
Hij heeft de hele zondag weinig gedaan. Een paar afleveringen van een serie gekeken. Een dutje op de bank. Wat door zijn telefoon gescrold. Tussen de middag een broodje gegeten dat eigenlijk meer uit gewoonte dan uit honger werd klaargemaakt.
Morgen begint de werkweek weer.
Terwijl hij de container terugzet, denkt hij ineens:
“Gek… ik heb een rustige dag gehad, maar uitgerust voel ik me niet.”
Dat klinkt tegenstrijdig. Toch herkennen veel mensen het.
We gebruiken de woorden rust alsof het herstel betekent. Maar misschien zijn het wel twee heel verschillende dingen.
Misschien is een andere vraag soms nuttiger.
“Waar ben ik eigenlijk moe van?”
We leggen de afstandsbediening niet meteen weg, want daar draait het niet om.
Soms is een avond televisie precies wat een mens nodig heeft. Na een lange werkdag, een ziekenhuisbezoek of een middag oppassen op de kleinkinderen kan de bank voelen als een veilige haven. Er hoeft even niets. Niemand stelt vragen en er is ook niemand die wacht op een beslissing.
Dat is waardevol.
Maar niet iedere vorm van rust doet hetzelfde. Sommige rust haalt de druk van de ketel.
Andere rust vult de tank weer.
Dat verschil merken we meestal pas later.
Op vrijdagavond lijkt een wandeling soms het minst aantrekkelijke plan van de wereld.
Het waait. De schoenen moeten nog aan en de bank staat al klaar.
Toch zeggen mensen opvallend vaak iets anders wanneer ze thuiskomen.
“Eigenlijk knapte ik daar van op.”
Dat is een merkwaardig verschijnsel.
Niet omdat wandelen magisch is.
Maar omdat ons gevoel vooraf niet altijd goed voorspelt hoe we ons achteraf zullen voelen.
Een middag op de bank voelt vooraf heerlijk.
Pas later merkt u dat uw hoofd nog net zo vol zit als daarvoor.
Of dat u nog steeds moe bent, alleen zijn er drie uur voorbij.
Dat betekent niet dat die middag verkeerd was.
Wel dat rust en herstel soms verschillende wegen volgen.
Dat klinkt logisch.
Toch luisteren we daar opvallend weinig naar.
We vragen ons meestal af:
“Waar heb ik nu zin in?”
Misschien is een andere vraag soms nuttiger.
“Waar ben ik eigenlijk moe van?”
Dat ene woord verandert alles. Want vermoeidheid is geen eenheidsworst.
Al die vormen vragen om iets anders.
Misschien verklaart dat waarom goedbedoelde adviezen zo vaak tekortschieten.
“Ga wandelen.”
“Lees een boek.”
“Zoek mensen op.”
“Neem juist meer rust.”
Voor de één zijn het gouden tips. Voor de ander voelen ze als een verplicht huiswerk.
Vrije tijd laat zich nu eenmaal niet invullen met een standaardrecept.
Dezelfde wandeling kan op dinsdag voelen als een bevrijding en op zaterdag als een opgave.
Dezelfde serie kan de ene avond precies brengen wat u nodig had, en een week later vooral dienen om niet na te hoeven denken.
Dat maakt vrije tijd misschien wel ingewikkelder dan werken.
Op het werk weet u vaak wat er van u verwacht wordt.
In uw vrije uren moet u dat zelf ontdekken.
En misschien begint dat niet met de vraag waar iemand ‘nu’ zin in heeft.
Maar met de vraag:
Waar probeer ik vandaag eigenlijk van te herstellen?
Misschien ligt het antwoord dichterbij dan u denkt.
Of misschien merkt u het pas nadat u, met lichte tegenzin, tóch die wandelschoenen hebt aangetrokken.
Het vorige artikel in deze reeks ging over de vraag wat we precies bedoelen als we zeggen dat ‘ik vandaag lekker even niets ga doen’.
In het volgende en laatste artikel gaat waarom we vaak geen zin hebben in datgene waar we later juist blij mee zijn. Aankomende donderdag meer.