Op een winterse ochtend in Oslo hangt er stilte boven het park. Het is het soort rust waarbij u ineens vogels hoort die er thuis ook zijn, maar nooit opvallen. Dan verschijnt ergens in de verte een groep. Nog voordat ze zichtbaar zijn, arriveert het geluid al. Een paar minuten later blijkt het inderdaad een Nederlands gezelschap.
Tenminste, dat is het beeld dat opvallend vaak terugkomt in gesprekken tussen reizigers.
Wie zoekt naar Nederlanders in het buitenland, stuit vaak genoeg op Actiontassen, klachten of pakken hagelslag. Grappig genoeg zijn het vaak ook andere observaties: de kleding, het volume, de directheid en een opvallend gevoel van vrijheid om ruimte in te nemen – of een gebrek aan schaamte. Het is niet per se een wetenschappelijk bewezen waarheid, wel een terugkerend patroon in duizenden gesprekken tussen reizigers.
Alsof iemand een bladblazer aanzet in een stiltegebied.
Een van de meest genoemde kenmerken is kleding.
Dit is zeker niet omdat Nederlanders slecht gekleed zijn. Eerder omdat ze functioneel gekleed zijn. Een willekeurig shirt, een willekeurige korte broek, comfortabele schoenen en klaar. In veel Zuid-Europese landen lijkt kleding vaker onderdeel van een totaalplaatje. Kleuren sluiten op elkaar aan. Accessoires lijken bewust gekozen. Zelfs mensen die nonchalant gekleed zijn, ogen vaak alsof er toch over is nagedacht.
Nederlanders hebben historisch gezien een cultuur waarin opvallen niet direct wordt beloond. “Doe maar normaal” is bijna een officiële gedragsregel; een soort sociaal reflex die diep in de samenleving zit. Sociologen koppelen dat regelmatig aan de relatief egalitaire Nederlandse cultuur, waarin overdreven uiterlijk vertoon eerder argwaan dan bewondering oproept. Interessant, omdat dit dus puur cultuurgebonden lijkt te zijn.
Dat ziet u terug op vakantie. De Nederlander kiest vaak voor praktisch. De Italiaan of Spanjaard kiest iets vaker voor uitstraling.
Psychologen weten al lang dat mensen hun eigen groep sneller herkennen dan andere groepen.
“Nog opvallender is het geluid.” Volgens een aantal.
In tientallen reisverhalen komt dezelfde observatie terug: Nederlanders praten hard. Niet per se agressief, maar wel aanwezig. In een stil natuurgebied, een metro in Bangkok of een hotelrestaurant valt dat extra op omdat veel andere bezoekers zachter communiceren.
Daar zit mogelijk een culturele verklaring achter. Nederland kent relatief weinig hiërarchie in dagelijkse gesprekken. Mensen praten gemakkelijk door elkaar heen, geven snel hun mening en voelen minder sociale rem om zich hoorbaar uit te drukken. Dat werkt prima in een druk café in Utrecht. In een Noors natuurgebied kan hetzelfde gedrag ineens aanvoelen alsof iemand een bladblazer aanzet in een stiltegebied.
Het grappigste detail is misschien wel dat Nederlanders uitstekend zijn in het herkennen van andere Nederlanders.
Sterker nog: veel reizigers lijken een soort vakantiespel te spelen waarbij ze landgenoten proberen te spotten voordat ze een woord hebben gehoord. Lengte, houding, kleding, een Action-tas, een Dopper-fles en een bepaalde manier van lopen. Het zijn dit soort details: observaties die steeds terugkomen.
Tegelijkertijd zit daar een ironische draai in.
Dezelfde Nederlanders die klagen over luidruchtige Nederlanders op vakantie, blijken meestal zelf ook Nederlanders op vakantie te zijn. Een gebruiker vatte dat online kernachtig samen: “Je staat niet in de file, je bent de file.”
Er zit nog een andere mogelijkheid achter.
Psychologen weten al lang dat mensen hun eigen groep sneller herkennen dan andere groepen. Niet omdat die groep objectief opvallender is, maar omdat het brein getraind is op bekende signalen. Een Fransman merkt waarschijnlijk Franse gewoontes op. Een Duitser hoort Duitse stemmen eerder uit een menigte.
Misschien zijn Nederlanders dus helemaal niet uitzonderlijk luid, praktisch of herkenbaar.
Misschien zijn we vooral experts geworden in het herkennen van onze eigen eigenaardigheden.
Het blijft het lastig om dat te geloven wanneer ergens diep in een Canadees ravijn plotseling Tiësto uit een JBL-speaker schalt en iemand begint over een lekkende aanbouw in Almere.
Dan wordt objectiviteit ineens een stuk ingewikkelder. Misschien is dat wel de grootste Nederlandse eigenschap op vakantie: overal ter wereld terechtkomen, maar toch een klein stukje Nederland meenemen. Soms in de vorm van een pot pindakaas, een andere keer in de vorm van een gesprek dat de hele vallei kan volgen.
En eerlijk is eerlijk: die herkenbaarheid werkt twee kanten op. Want terwijl wij andere Nederlanders spotten, vragen mensen uit andere landen zich waarschijnlijk precies hetzelfde af over ons. De vraag is alleen welke gewoonte zij als eerste noemen.
Welke gewoonte dat is? Vermoedelijk dezelfde als de reden dat dit artikel geen premiumartikel is,
maar GRATIS te lezen is.