Het internet heeft groepsvorming niet vervangen, maar versneld en losgekoppeld van plaats. Waar groepen vroeger afhankelijk waren van buurt, werk of vereniging, kunnen ze nu ontstaan rond elk denkbaar onderwerp. In het artikel ‘Buiten de groep staan: vrijheid met een stille rekening’ keken we naar de voor- en de nadelen van het onafhankelijk zijn. Veel mensen die ervaren niet bij een specifieke groep te horen, vinden hun weg op internet. Ergens tussen de duizenden niches krikken ze hun Engels verder op met flarden streektaal, afkortingen en slang – straattaal. Deelnemers komen vanuit alle soorten hoeken van de wereld.
Dit effect is diepgaand. Want mensen vinden sneller gelijkgestemden, ook als die fysiek duizenden kilometers verderop zitten. Dat creëert een nieuw type verbondenheid: dit is niet gebaseerd op nabijheid, maar op overlap in interesse of ervaring.
Online groepen hebben daardoor vaak een hoge startintensiteit: Mensen herkennen elkaar snel in woorden, problemen of humor. Dat kan leiden tot snelle sociale binding, soms zelfs sneller dan in fysieke contexten. En eigenlijk is dit best wel een open deur, want vaak genoeg zijn mensen in onze directe omgeving niet per se bezig met de onderwerpen zoals we die zelf ervaren. Het thema waarin we geïnteresseerd zijn, leren we kennen met een tempo dat sneller gaat dan ooit – ook dankzij chatbots en andere vormen van AI en slimme zoekfuncties natuurlijk.
Omdat instapdrempels laag zijn, zijn ook uitstapdrempels laag. Dat die uitstapdrempels laag zijn, kan mede komen doordat een groep snel versplintert. In een omgeving waar veel onbekenden zijn en er dus geen echte emotionele banden zijn ontstaan, is het makkelijk weer op te stappen zonder dat het iets uit lijkt te maken. Daarnaast kunnen groepen snel ontstaan, maar ook snel verharden – dit is een issue rond (jongeren)groepen met zorgelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld. Dit is die keerzijde; de andere kant van diezelfde snelheid.
Een belangrijk verschil met fysieke groepen is de rol van continuïteit, want online interacties zijn vaak maar een fragment van de werkelijkheid: korte berichten, snelle reacties, wisselende deelnemers. Dat maakt groepsidentiteit minder stabiel, maar ook dynamischer.
Het is niet verrassend, maar het algoritmische systeem speelt hier ook weer een rol. Platforms laten automatisch mensen vaker zien wat ze al leuk vinden. Dat versterkt herkenning, maar vermindert toevallige confrontatie met afwijkende perspectieven met als gevolg dat groepen zich kunnen verdichten tot informele echo-systemen.
Toch zijn online groepen niet alleen maar versmalling. Ze bieden ook ruimte voor mensen die in de fysieke wereld minder aansluiting vinden. Denk aan niche-interesses, specifieke levenssituaties of geografisch geïsoleerde personen.
Het is dus geen eenduidig verhaal. Alle dingen hebben twee kanten, kennis hebben en onderdeel zijn van online groepen kan zeker helpen. Tegelijkertijd mist er in online communicatie het stukje contact waarbij mensen zich blijven trainen in het hebben van anderen in hun fysieke ruimte. Een teveel aan sociale groepen kan realistische sociale angsten in gang zetten. Daarnaast suggereert onderzoek dat overmatig gebruik van schermen ten koste kan gaan van ons empathisch vermogen, ofwel: ons inlevingsvermogen. Dit, omdat de directe spiegeling van emoties ontbreekt. Online kun je wel videobellen met de andere kant van de wereld, maar het is nooit hetzelfde als face-to-face. Echt contact is dan zoals koud water waar mensen niet in één keer in willen springen – koud, onwennig en oncomfortabel.
Misschien zit daar precies de volgende vraag verstopt. Want als online groepen sneller ontstaan, sneller verbinden en sneller verdwijnen, wat doet dat dan met de manier waarop we straks vriendschap, loyaliteit en zelfs identiteit begrijpen? Wordt nabijheid straks iets dat massaal bewust moet worden geoefend, zoals een spier die u actief traint? En wat gebeurt er met generatieverschillen wanneer jongere én oudere groepen steeds vaker in dezelfde digitale kamers belanden, maar elk met hun eigen tempo, humor en ongeschreven regels?
De echte spanning zit dus niet in óf online groepen goed of slecht zijn. Die discussie is inmiddels zo oud als het eerste forum, maar de interessante vraag is wat er gebeurt wanneer online en offline groepsvorming steeds meer in elkaar schuiven, elkaar beïnvloeden en soms zelfs vervangen. Misschien staan we pas aan het begin van een verschuiving waarin “ergens bij horen” opnieuw wordt uitgevonden. En die heruitvinding kan verrassend, ongemakkelijk of zelfs confronterend worden.
Het is niet met 100% zekerheid vast te stellen, maar de kans is heel groot dat er in elke familie wel een gamer te vinden is. In het artikel van volgende week vrijdag gaan we in op het leven in virtuele werelden van de gamers.